Wie vanuit Santiago verder naar het westen loopt, hoeft niet automatisch naar Fisterra.
Bij Hospital splitst de Camino zich. De ene route gaat richting Cee en Fisterra. De andere voert via Dumbría naar Muxía, een vissersplaats op een schiereiland aan de Costa da Morte.
Muxía is meer dan alleen een mooi eindpunt aan zee. De plaats is nauw verweven met de religieuze overleveringen rond de apostel Jakobus, net als Santiago zelf.
Het symbolische eindpunt van de route ligt iets buiten het centrum, bij het Santuario da Virxe da Barca. Op de rotsachtige kust komen het verhaal van Jakobus, de Mariatraditie, oude volksgebruiken en de Atlantische Oceaan samen.
Santiago en Jakobus
De Camino de Santiago is gebaseerd op de christelijke traditie dat in het begin van de negende eeuw in Galicië een graf werd ontdekt dat werd toegeschreven aan de apostel Jakobus, in het Spaans Santiago.
Volgens de overlevering had Jakobus na de dood van Jezus op het Iberisch Schiereiland gepredikt. Later keerde hij terug naar het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar hij rond het jaar 44 in Jeruzalem werd terechtgesteld.
Daarna begint een tweede belangrijk deel van de traditie.
Zijn lichaam zou door zijn volgelingen per schip naar Galicië zijn gebracht. Die overtocht wordt vaak aangeduid als de Translatio. Volgens de legende kwam het schip aan bij de Galicische kust, waarna zijn lichaam landinwaarts werd gebracht en uiteindelijk werd begraven op de plaats waar eeuwen later Santiago de Compostela ontstond.
Dit verhaal behoort tot de christelijke overlevering. Het is geen historisch bewezen reisverslag.
Toch is het essentieel om te begrijpen waarom de zee, boten en Galicië zo’n grote rol spelen in de verhalen rond Jakobus.
Muxía en een tweede bootverhaal
Ook Muxía heeft een eigen boottraditie.
Volgens een Galicische legende predikte Jakobus op het Iberisch Schiereiland, maar verliep zijn missie moeizaam. Hij zou ontmoedigd aan de kust bij het huidige Muxía hebben gestaan.
Maria verscheen daar volgens de overlevering aan hem om hem moed in te spreken.
Maar zij kwam niet in een gewone boot.
Volgens het verhaal verscheen Maria in een stenen boot, die door engelen over zee werd voortbewogen.
Het is een opvallend verhaal, maar juist daardoor een van de bekendste legendes van Muxía.
De stenen boot ligt volgens de traditie nog aan de kust
De grote granieten rotsen rondom het Santuario da Virxe da Barca kregen binnen de plaatselijke traditie een directe verbinding met deze stenen boot.
Verschillende rotsen worden gezien als onderdelen ervan.
Zo wordt de Pedra do Temón verbonden met het roer of de stuurinrichting van de boot.
De Pedra de Abalar, letterlijk de wiegende of schommelende steen, is een grote platte rots die volgens oude verhalen onder bepaalde omstandigheden kon bewegen.
De Pedra dos Cadrís kreeg eveneens een bijzondere betekenis. Aan deze en andere stenen werden in de volksdevotie genezende of beschermende krachten toegeschreven.
De precieze uitleg van welke steen welk onderdeel van de boot vertegenwoordigt, verschilt tussen overleveringen. Het gaat hier dus niet om archeologisch bewijs van een boot, maar om religieuze en lokale symboliek.
Het Santuario da Virxe da Barca
Bij deze stenen staat het Santuario da Virxe da Barca, het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van de Boot.
Het huidige kerkgebouw dateert grotendeels uit de achttiende eeuw, maar de verering van Maria op deze plek is ouder.
De locatie is uitzonderlijk.
De kerk staat vrijwel direct aan de Atlantische Oceaan, tussen enorme granieten rotsen en open zee.
Bij rustig weer is het een indrukwekkende plek. Bij wind en hoge golven wordt nog duidelijker waarom juist hier verhalen ontstonden over zee, schepen, gevaar en bescherming.
Voor veel pelgrims vormt niet het centrum van Muxía, maar deze plek het echte eindpunt.
De schelp en Jakobus
Ook de jakobsschelp past in dit bredere verhaal van zee, pelgrimage en Santiago.
De schelp is tegenwoordig waarschijnlijk het bekendste symbool van de Camino. Je ziet hem op routepalen, credenciales, gevels van albergues en rugzakken van pelgrims.
Historisch namen pelgrims na hun tocht naar Santiago schelpen mee uit Galicië. De sint-jakobsschelp komt voor aan de Atlantische kust en groeide in de middeleeuwen uit tot herkenningsteken van pelgrims naar Santiago.
Daarom heet de soort in verschillende talen nog steeds naar Sint Jakobus, bijvoorbeeld coquille Saint-Jacques.
Rond de schelp ontstonden verschillende legendes.
In een daarvan komt een ridder of ruiter in zee terecht op het moment dat het schip met het lichaam van Jakobus langs de kust passeert. Wanneer hij uit het water komt, zou zijn lichaam of kleding bedekt zijn geweest met schelpen.
Er bestaan meerdere versies van deze legende. Daarom moet het verhaal niet worden gepresenteerd als historische verklaring voor het ontstaan van het Caminosymbool.
Wat wel vaststaat, is dat de schelp al eeuwenlang sterk verbonden is met de pelgrimage naar Santiago.
Twee bootverhalen, één pelgrimstraditie
Dat maakt de relatie tussen Santiago en Muxía extra interessant.
Bij Santiago draait de overlevering om de boot waarmee het lichaam van Jakobus na zijn dood naar Galicië zou zijn gebracht.
Bij Muxía draait het om de stenen boot waarin Maria volgens de legende aan Jakobus verscheen tijdens zijn prediking.
Het zijn twee verschillende verhalen uit dezelfde religieuze traditie.
De zee vormt in beide een belangrijk element.
Daardoor voelt Muxía niet als een willekeurige verlenging die later aan de Camino is toegevoegd. Binnen de Galicische Jacobustraditie heeft de plaats een eigen betekenis.
De Costa da Morte
Muxía ligt aan de Costa da Morte, de Kust van de Dood.
De naam wordt verbonden met de vele scheepsrampen langs deze grillige Atlantische kust. Rotsen, stromingen, mist en zware stormen maakten de kustvaart hier eeuwenlang gevaarlijk.
Het landschap bestaat uit rotsige kapen, stranden, baaien en open oceaan. Vissersdorpen en zeevaart spelen daardoor een veel grotere rol dan op de meeste andere Caminoroutes.
Wie vanuit het binnenland van Galicië naar Muxía loopt, merkt die overgang duidelijk.
De route loopt eerst door bos, landbouwgebied en kleine dorpen. Later komt de Atlantische kust steeds nadrukkelijker in beeld.
Van Santiago naar Muxía
De directe route van Santiago naar Muxía is ongeveer 87 kilometer.
De eerste dagen zijn gelijk aan de route richting Fisterra.
Vanaf Santiago gaat het via onder andere Ponte Maceira, Negreira en Olveiroa naar Hospital. Daar ligt de splitsing.
Voor Muxía gaat de route richting Dumbría en vervolgens via verschillende kleine plaatsen door het Galicische kustgebied.
Vlak voor Muxía passeert de route onder andere de romaanse kerk van San Xulián de Moraime.
Daarna daalt de Camino richting zee en verschijnt Muxía.
Wie zowel Fisterra als Muxía bezoekt, loopt in totaal ongeveer 119 kilometer vanaf Santiago.
De Muxiana
Net als Fisterra heeft Muxía een eigen lokaal eindcertificaat: de Muxiana.
Dit certificaat staat los van de Compostela in Santiago.
De Compostela hoort bij de pelgrimstocht naar Santiago. De Muxiana bevestigt dat je de route naar Muxía hebt afgelegd.
Voor veel wandelaars is het vooral een tastbare herinnering aan de extra dagen na Santiago.
Waarom Muxía zo’n bijzonder eindpunt is
Muxía combineert iets wat maar weinig andere plaatsen op de Camino hebben.
Het is tegelijk een vissersplaats, een religieuze plek, een eindpunt aan zee en een plaats vol legendes rond Jakobus en Maria.
Fisterra draait sterk om het einde van het land.
Muxía draait sterker om de verbinding tussen zee, geloof, verhaal en pelgrimstraditie.
Juist daardoor heeft deze plaats een eigen karakter.
Wie hier bij de Virxe da Barca staat, staat niet zomaar aan het einde van een wandelroute.
Je staat op een plek waar de verhalen van Santiago doorlopen tot aan de Atlantische Oceaan.

