Meer wegen naar Santiago

Andere camino’s naar Santiago

Een overzicht van andere bekende pelgrimsroutes, in Spanje, Portugal, Frankrijk en Nederland.

De Camino de Santiago is geen enkele route, maar een netwerk van pelgrimswegen. Sommige beginnen in Spanje of Portugal. Andere voeren vanuit Frankrijk, Nederland en de rest van Europa richting Santiago de Compostela. Het onderstaande overzicht is dan ook zeker niet compleet.

Iedere Camino heeft een eigen landschap, geschiedenis en wandelritme. De genoemde afstanden zijn afgerond. Ze kunnen verschillen door routevarianten en het gekozen beginpunt.

Verschillende Camino’s.

CaminoBeginpuntAfstand
Camino FrancésSaint-Jean-Pied-de-Portca. 800 km
Camino PortuguésLissabonca. 620 km
Camino PortuguésPortoca. 240 km
Vía de la Plata en Camino SanabrésSevillaca. 970 km
Camino de Fisterra en MuxíaSantiago de Compostelaca. 118 km gecombineerd
Via PodiensisLe Puy-en-Velayca. 755 km tot Saint-Jean-Pied-de-Port
Nederlandse JacobswegenVerschillende plaatsenafhankelijk van de gekozen route

Camino Francés

Afstand: ongeveer 800 kilometer van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostela.

De Camino Francés is de bekendste en meest belopen route naar Santiago. De tocht begint aan de Franse kant van de Pyreneeën en steekt tijdens de eerste etappe het gebergte over naar Roncesvalles. Daarna loopt de route door Navarra, La Rioja, Castilla y León en Galicië.

Historisch is dit de belangrijkste internationale toegangsroute naar Santiago. De weg werd in de twaalfde eeuw uitgebreid beschreven in de Codex Calixtinus. Langs de route ontstond een netwerk van kerken, kloosters, bruggen en hospitalen voor pelgrims. De Camino Francés was bovendien de eerste caminoroute die door UNESCO als werelderfgoed werd erkend.

De culturele hoogtepunten volgen elkaar snel op. Pamplona, Logroño, Burgos, León, Astorga en Ponferrada behoren tot de belangrijkste steden. Daarnaast liggen langs de route kleinere plaatsen die sterk met de pelgrimsgeschiedenis verbonden zijn, zoals Puente la Reina, Santo Domingo de la Calzada, Frómista en O Cebreiro. Romaanse kerken, gotische kathedralen, middeleeuwse bruggen en traditionele pelgrimsplaatsen bepalen het karakter van de route.

De natuur is zeer afwisselend. Na de Pyreneeën volgen de wijngaarden van Navarra en La Rioja, de uitgestrekte graanvelden van de Meseta, de bergen rond Cruz de Ferro en O Cebreiro en uiteindelijk het vochtige, groene landschap van Galicië.

Camino Portugués vanaf Lissabon

Afstand: ongeveer 620 kilometer van Lissabon naar Santiago de Compostela.

De volledige centrale Camino Portugués begint in Lissabon en loopt via Santarém, Tomar, Coimbra en Porto naar het noorden. Vanaf Valença steekt de route de rivier de Miño over naar Tui in Spanje. Daarna gaat de Camino verder door Galicië, via Redondela, Pontevedra, Caldas de Reis en Padrón.

De geschiedenis van deze route is verbonden met de oude wegen tussen de belangrijkste Portugese steden. Koningen, geestelijken en gewone pelgrims gebruikten deze verbindingen op weg naar Santiago. Een bekende historische pelgrim was koningin Isabel van Portugal, die in de veertiende eeuw naar Santiago reisde.

Tomar herinnert aan de Tempeliers en de Orde van Christus. Coimbra is bekend om zijn oude universiteit en Padrón speelt een belangrijke rol in de overlevering rond de aankomst van het lichaam van de apostel Jakobus in Galicië. Langs de route liggen kerken, kloosters, Romeinse resten, historische stadscentra en traditionele Portugese dorpen.

Het landschap verandert van de brede Taagvallei en de landbouwgebieden van Midden-Portugal naar de heuvels, wijngaarden en groene rivierdalen van Noord-Portugal. Na de Spaanse grens volgen de bossen, dorpen en rías van Galicië. Het traject tussen Lissabon en Porto is rustiger en heeft minder pelgrimsvoorzieningen dan het noordelijke deel.

Camino Portugués vanaf Porto

Afstand: ongeveer 240 kilometer via de centrale route van Porto naar Santiago de Compostela.

Porto is een veelgebruikt beginpunt van de Camino Portugués. De centrale route loopt landinwaarts via São Pedro de Rates, Barcelos, Ponte de Lima en Valença. Na de grensovergang bij Tui volgt het Galicische deel naar Santiago.

Naast de centrale route bestaan vanaf Porto ook een kustroute en de Senda Litoral. Deze routes volgen deels een ander traject en hebben daardoor een andere afstand en een ander landschappelijk karakter.

De Camino volgt oude handels- en pelgrimswegen tussen Noord-Portugal en Galicië. Ponte de Lima ligt aan een historische rivierovergang. Valença groeide uit tot een versterkte grensstad en Tui wordt gedomineerd door zijn kathedraal. In Barcelos is de pelgrimslegende van de haan verbonden geraakt met een van de bekendste symbolen van Portugal.

Porto vormt met zijn historische centrum, kathedraal en ligging aan de Douro een rijk cultureel beginpunt. Verder noordwaarts passeert de Camino kleine steden, romaanse kerken, kapellen, stenen kruisen en oude bruggen. Pontevedra heeft een goed bewaard historisch centrum en Padrón is nauw verbonden met de Jacobustraditie.

De centrale route loopt door het landschap van de Vinho Verde, langs wijnranken, akkers, eucalyptusbossen en rivieren. De klim vanuit Ponte de Lima naar Alto da Portela Grande is een van de duidelijkste hoogteverschillen. In Galicië blijft het terrein golvend en groen.

Vía de la Plata en Camino Sanabrés

Afstand: ongeveer 970 kilometer van Sevilla naar Santiago de Compostela via de Camino Sanabrés.

De naam Vía de la Plata wordt op verschillende manieren gebruikt. Historisch is het de noord-zuidroute tussen Sevilla en Astorga. Pelgrims die naar Santiago lopen, verlaten deze hoofdlijn meestal bij Granja de Moreruela en gaan verder over de Camino Sanabrés via Puebla de Sanabria en Ourense. De volledige pelgrimsroute van Sevilla naar Santiago is daardoor een combinatie van de Vía de la Plata en de Camino Sanabrés.

De route is sterk verbonden met de Romeinse geschiedenis van Spanje. Delen volgen het tracé van oude wegen tussen belangrijke Romeinse steden. Mérida, het voormalige Emerita Augusta, bezit een uitzonderlijk geheel van Romeinse monumenten. Ook Cáceres, Salamanca en Zamora vormen belangrijke historische haltes.

Cultureel verbindt deze Camino het zuiden en noordwesten van Spanje. De Andalusische sfeer van Sevilla maakt plaats voor de steden en dorpen van Extremadura, de monumentale universiteitsstad Salamanca en de romaanse architectuur van Zamora. Het laatste deel voert door Galicië, met Ourense, het klooster van Oseira en de landelijke nederzettingen van de Camino Sanabrés.

De natuur is ruim en vaak dunbevolkt. De route loopt door de dehesas van Andalusië en Extremadura, waar steen- en kurkeiken het landschap bepalen. Daarna volgen open vlakten, lange landbouwtrajecten en de bergen bij Béjar. Op de Camino Sanabrés wordt het terrein groener en bergachtiger, met passen, stuwmeren, bossen en rivierdalen.

Vooral in het zuiden kunnen hitte, grote afstanden tussen voorzieningen en weinig schaduw deze route zwaar maken.

Camino de Fisterra en Muxía

Afstand: ongeveer 90 kilometer van Santiago naar Fisterra, ongeveer 87 kilometer rechtstreeks naar Muxía en ongeveer 118 kilometer voor de combinatie Santiago, Fisterra en Muxía.

De Camino de Fisterra en Muxía is bijzonder omdat hij niet naar Santiago toe loopt, maar er juist begint. Vanuit Santiago gaat de route westwaarts naar de Atlantische kust. Na Olveiroa splitst de weg zich. De ene tak gaat naar Fisterra, de andere naar Muxía. Beide plaatsen zijn via een kusttraject van ongeveer 28 kilometer met elkaar verbonden.

Fisterra werd in de oudheid gezien als het uiterste westen van de bekende wereld. De kaap en de vuurtoren kregen daardoor een sterke symbolische betekenis. Muxía is verbonden met het heiligdom van Virxe da Barca en met legendes over een verschijning van Maria aan de apostel Jakobus.

De route verlaat de stedelijke omgeving van Santiago en gaat via bossen, landbouwgrond en kleine Galicische dorpen naar de kust. Ponte Maceira, Negreira en Olveiroa zijn belangrijke haltes. Bij Cee en Corcubión verschijnt de Atlantische Oceaan. Het kustgedeelte tussen Fisterra en Muxía voert langs stranden, rotsen, open zeegezichten en kleine vissersplaatsen.

Cultureel heeft deze route een ander karakter dan de wegen naar Santiago. De kathedraal is hier het vertrekpunt en de Atlantische kust vormt het doel. Visserscultuur, Galicische zeevaarttradities, kustheiligdommen en lokale verhalen bepalen de laatste dagen.

Via Podiensis vanuit Le Puy-en-Velay

Afstand: ongeveer 755 kilometer van Le Puy-en-Velay naar Saint-Jean-Pied-de-Port. Wie daarna de Camino Francés naar Santiago volgt, loopt in totaal ongeveer 1.550 kilometer.

Frankrijk heeft niet één Camino, maar meerdere historische pelgrimsroutes. De Via Podiensis, ook bekend als de Voie du Puy of de GR 65, is daarvan de bekendste en meest belopen. De route begint bij de kathedraal van Le Puy-en-Velay en eindigt in Saint-Jean-Pied-de-Port. Daar sluit hij aan op de Camino Francés voor de oversteek van de Pyreneeën naar Spanje.

De route ontstond niet als één vast middeleeuws wandelpad. Pelgrims gebruikten verschillende wegen tussen religieuze centra, kloosters, marktplaatsen en veilige rivierovergangen. Le Puy-en-Velay was al vroeg een belangrijk vertrekpunt. Conques, Cahors en Moissac groeiden uit tot belangrijke haltes door hun kerken, relieken en opvang van pelgrims.

De culturele rijkdom is groot. De kathedraal van Le Puy, de abdijkerk van Conques, de Pont Valentré in Cahors, de abdij van Moissac en de collegiale kerk van La Romieu behoren tot de belangrijkste monumenten. Daarnaast passeert de route middeleeuwse dorpen en regio’s met een sterke eigen keuken en bouwtraditie.

Ook landschappelijk is de Via Podiensis zeer gevarieerd. De route loopt over het vulkanische hoogland van de Haute-Loire, door de ruige Margeride en over het open plateau van de Aubrac. Daarna volgen de vallei van de Lot, de kalkplateaus van de Quercy, het landbouwgebied rond de Garonne en de heuvels van Frans Baskenland. Vooral de Aubrac en de vele hoogteverschillen maken dit tot een fysiek stevige route.

Jacobswegen in Nederland

Afstand: er is geen vaste totaalafstand. Het Jabikspaad is ongeveer 150 kilometer en het Jacobspad van Uithuizen naar Hasselt ongeveer 200 kilometer. Andere Nederlandse routes verschillen per beginpunt en gekozen aansluiting.

De Nederlandse Jacobswegen vormen samen een netwerk. Ze maken het mogelijk om vanuit verschillende delen van Nederland zuidwaarts te lopen en uiteindelijk aan te sluiten op routes door België en Frankrijk.

Vanuit Friesland loopt het Jabikspaad van Sint Jacobiparochie naar Hasselt. Vanuit Groningen gaat het Jacobspad via Drenthe eveneens naar Hasselt. Vanaf Hasselt bestaan verbindingen via Utrecht en Breda naar Antwerpen en via Nijmegen en Den Bosch naar Maastricht. Vanuit Noord-Holland lopen routes via Haarlem, Amsterdam en Utrecht naar het zuiden. Er is ook een westelijke verbinding langs Den Haag, Vlissingen, Brugge en Gent.

De geschiedenis van deze wegen is minder eenduidig dan die van één vast Spaans caminotraject. Middeleeuwse pelgrims vertrokken vaak vanuit hun eigen woonplaats en gebruikten bestaande handelswegen, kerkpaden, dijken en rivierovergangen. Kerken en kapellen die aan Sint Jacob zijn gewijd, oude gasthuizen en historische stadscentra herinneren aan die pelgrimstraditie.

Cultureel voeren de routes door zeer verschillende Nederlandse regio’s. Het Jabikspaad begint in het Friese Sint Jacobiparochie. Andere trajecten passeren Hanzesteden, oude binnensteden, kerken, kloosters en grensplaatsen. Omdat de reis bij de eigen voordeur kan beginnen, staat hier niet één officiële startplaats centraal.

De natuur bestaat uit typisch Nederlandse landschappen. Afhankelijk van de gekozen route gaat de weg langs het waddengebied, dijken, polders, rivieren, bossen, heidevelden en het Limburgse heuvelland. Het terrein is minder bergachtig dan in Frankrijk of Spanje, maar lange verharde trajecten, wind en open landschap kunnen de wandeling toch zwaar maken.